Wordt onze gezondheidszorg een luxeproduct?

“Hoe kan het dat we tot de hoogste belastingen betalen voor welzijn, terwijl de wachtlijsten alleen maar langer worden?”

Gezondheidszorg is geen luxe. Het is een kerntaak van de overheid. Burgers dragen elke maand fors bij via belastingen en sociale bijdragen, in de terechte verwachting dat kwalitatieve en toegankelijke zorg beschikbaar is wanneer ze die nodig hebben. Toch zien we vandaag almaar langere wachttijden. De eerste tekenen van een ernstige ziekte kunnen evolueren tot “ongeneeslijk, door té laat” als je 6 maanden voor een afspraak moet wachten.

Er is een schrijnend een tekort aan zorgverleners en patiënten die steeds moeilijker de juiste hulp vinden. Dat is geen probleem van de zorgverleners, die dagelijks het beste van zichzelf geven. Het is een falen van het beleid. Voor U kiest voor een overheid die verantwoordelijkheid neemt. Minder bureaucratie, meer zorg. Minder versnippering, meer efficiëntie. Minder politieke excuses, meer resultaten. Wie jarenlang steeds meer middelen vraagt aan de burger, moet ook kunnen garanderen dat essentiële zorg tijdig beschikbaar is. Want een overheid die haar kerntaken niet uitvoert, verliest het vertrouwen van haar burgers.

Wachtlijsten zijn daarom de objectieve graadmeter van het gezondheidsbeleid.

“Slechts 500 euro Franchise per operatie, een fluitje van een eurocent, voor wie?

Ze noemen het een hervorming. Het klinkt bijna chirurgisch: nauwkeurig, noodzakelijk en in het belang van de patiënt. In werkelijkheid zet de overheid het scalpel vrolijk in op het spaarvarken van de burger. Niet omdat het varken vetgemest is, maar juist omdat het al zo graatmager is dat je de ribben kunt tellen.

Met vaste hand wordt er weer een “kleine bijdrage” uitgesneden. Een belasting hier, een heffing daar, een indexering die toevallig altijd de verkeerde kant op gaat. En telkens volgt dezelfde geruststelling: “U zult er nauwelijks iets van merken.” Dat klopt ook. Wie niets meer heeft, merkt inderdaad weinig wanneer er opnieuw iets wordt afgepakt.

Het arme spaarvarken staat inmiddels wankel op zijn pootjes, met meer pleisters dan spaargeld. Maar geen zorgen: de overheid heeft nog genoeg scalpels in de lade. Want blijkbaar is het eenvoudiger om een uitgemergeld varken verder uit te benen dan eens kritisch naar de eigen verspilling te kijken.

Misschien is dat wel de grootste prestatie van allemaal: blijven geloven dat je nog spek kunt snijden van een varken dat al lang op dieet staat. Of zoals men het in beleidskringen waarschijnlijk zou noemen: “een duurzame optimalisatie van de beschikbare burgerlijke middelen.”


Sandra De Brauwer, bestuurslid Voor U