Te veel landbouwgrond? Dan moet er ergens een geheime voorraad liggen

Deze opiniebijdrage weerspiegelt niet noodzakelijk de standpunten van de redactie van Voor U.

Volgens Vlaams klimaatminister Melissa Depraetere is er “te veel landbouwgrond in Vlaanderen”.

Dat is goed nieuws.

Ergens tussen Oostende en Maaseik moet dus nog een enorme voorraad landbouwgrond verstopt liggen. Jonge boeren die al jaren vruchteloos naar betaalbare grond zoeken, kunnen eindelijk opgelucht ademhalen. Alleen nog even uitzoeken waar ze ligt.

Misschien achter een bedrijventerrein, of onder een verkaveling, of tussen de paardenweides, villatuinen, zonnepanelen, wegen en zonevreemde woningen.

Want daar begint het probleem.

Op papier is ongeveer 57 procent van Vlaanderen agrarisch bestemd. Maar volgens cijfers die VILT publiceerde, wordt van de ongeveer 782.500 hectare agrarisch bestemde grond slechts circa 76 procent effectief gebruikt door landbouwers die een verzamelaanvraag indienen.

Dat is een beetje zoals zeggen dat Vlaanderen geen woningtekort kan hebben omdat er op het gewestplan voldoende woongebied staat.

Een bestemming produceert namelijk nog geen aardappelen.

En de markt lijkt al helemaal niet overtuigd van dat vermeende grondoverschot. Een hectare Vlaamse landbouwgrond kostte in de eerste helft van 2024 gemiddeld bijna 69.000 euro. Sinds 2020 steeg die prijs met ongeveer 21 procent. Een eigenaardige economische wet dus: we hebben blijkbaar te veel landbouwgrond, maar de boeren die ze nodig hebben kunnen ze nauwelijks betalen. Normaal noemen economen dat geen overschot. Ze noemen dat schaarste.

Ook ILVO-topman Joris Relaes legt de oorzaak heel eenvoudig uit: Vlaanderen is klein en landbouwgrond moet concurreren met wonen, industrie, recreatie, natuur en allerlei andere functies. Die schaarste jaagt de prijs omhoog.

En terwijl we discussiëren of er “te veel landbouwgrond” is, neemt het ruimtebeslag verder toe. Tussen 2022 en 2025 kwam er in Vlaanderen gemiddeld 3,8 hectare per dag bij voor wonen, werken, recreatie of infrastructuur. Zowel bos als landbouw verloren terrein.Misschien ligt het probleem dus niet bij de hoeveelheid landbouwgrond.Misschien ligt het probleem bij de hoeveelheid landbouwgrond waarop nog effectief geboerd kan worden.

Dat verschil is niet onbelangrijk. Landbouwgrond is namelijk geen lege ruimte die wacht op een betere bestemming. Het is een productiemiddel. De werkvloer van iemand die aardappelen, groenten, graan, melk of vlees produceert. Maar een akker heeft één groot communicatieprobleem: hij ziet eruit alsof hij niets doet. Geen machines die permanent draaien. Geen appartementsblokken. Geen schoorstenen. Gewoon grond.

Tot iemand ’s morgens een boterhammetje wil, ’s middags een frietje met een biefstuk, een flesje melk voor de baby, een lekker groentenslaatje voor de vegetarIer. 

Dan blijkt plots dat die lege ruimte toch een functie had.

Natuur verdient uiteraard ruimte, water verdient ruimte, wonen verdient ruimte, maar voedselproductie ook.

De vraag voor Vlaanderen zou daarom niet moeten zijn: “Hebben we te veel landbouwgrond?”

De betere vraag is: “Hoe zorgen we ervoor dat de vruchtbare landbouwgrond die we hebben ook werkelijk beschikbaar blijft voor mensen die er voedsel op produceren?”

Want als landbouwgrond werkelijk zo overvloedig is, stel ik een eenvoudige proef voor:

Geef iedere jonge landbouwer die vandaag grond zoekt morgen tien betaalbare hectare in zijn eigen regio.

Als dat lukt, geef ik de minister onmiddellijk gelijk.

Als het niet lukt, moeten we ons eerder buigen over de vraag :” hebben we misschien geen ministers te veel in Vlaanderen”.

Filip Boone