Waarom maaltijd- en ecocheques geen welvaart creëren, maar wel een economische omweg bouwen.
In de economie bestaat een hard maar vaak ongemakkelijk principe: Welvaart wordt niet gecreëerd door geld te verplaatsen, maar door waarde te produceren. Toch heeft België een parallel financieel ecosysteem ontwikkeld waarin het lijkt alsof koopkracht toeneemt, zonder dat er echte extra welvaart ontstaat. Dat systeem heet: maaltijd- en ecocheques.
Op het eerste gezicht lijkt het briljant. De werknemer krijgt meer koopkracht. De werkgever betaalt minder loonlasten en minder bedrijfsvoorheffing. De overheid behoudt het systeem van hoge belasting op arbeid. En de economie blijft draaien. Iedereen lijkt te winnen. Maar dat is precies het economische probleem. Wanneer iedereen wint, zonder dat er iets extra geproduceerd wordt, moet er ergens een verborgen verlies zijn.
1. De economische realiteit achter de illusie
Een maaltijd- en ecocheque is geen extra productie. Het is geen nieuwe broodoven. Geen extra arbeid. Geen innovatie. Het is een herverdeling van dezelfde economische taart via een omweg. In plaats van:
werkgever → loon → werknemer → winkel
krijgen we:
werkgever → cheque-systeem → werknemer → winkel → intermediair → commissie → systeemkosten
Elke extra schakel in deze keten introduceert een economisch fenomeen dat economen heel goed kennen: transactiefrictie. Of eenvoudiger: lekverlies in het systeem.
2. De verborgen belasting: de omweg-kost
In een directe economie stroomt geld zonder tussenlagen. In een cheque-economie ontstaat een parallel circuit met:
· kaartuitgevers
· transactiesystemen
· commissies per betaling
· administratieve controle
· gesloten acceptatienetwerken
Deze elementen produceren geen brood, geen arbeid, geen zorg en geen innovatie. Ze produceren alleen beheer van geldstromen. Economisch gezien is dat wat men noemt: een niet-productieve sector binnen de transactie zelf. Of nog scherper: een belasting op consumptie die niet als belasting wordt benoemd.
3. Waarom koopkracht stijgt zonder welvaart te verhogen
De kern van het systeem is een fiscale verschuiving. De werknemer krijgt een voordeel omdat:
· er minder sociale bijdragen worden geheven
· er minder loonbelasting (bedrijfsvoorheffing) wordt toegepast
· het brutoloon wordt omgezet in een fiscaal gunstiger vorm, een nettoloon-vermeerdering zonder brutoloon-vermeerdering, die op geen enkel moment meegerekend wordt het inkomen bij werkloosheid, ziekte en pensioen.
Maar dat betekent niet dat de economie rijker wordt. Geen grotere welvaart om te gebruiken voor een groter welzijn. Het betekent enkel dat dezelfde euro niet wordt belast en anders wordt verdeeld.
Dit is cruciaal:
Koopkracht ≠ welvaart
Koopkracht is een distributie-effect. Welvaart is een productie-effect. De maaltijd- en ecocheque verhoogt enkel het eerste op korte termijn bij hebben van een loon, werk. Niet het tweede.
4. De economische paradox: kunstmatige efficiëntie
Het systeem creëert een paradox:
· Het lijkt efficiënter voor werkgever en werknemer op het eerste gevoel en zogenaamd voor alle werkgevers op het eerste gezicht.
· Maar het introduceert inefficiëntie in de keten van de economie zelf
Dit heet in de economie een second-best oplossing. Wanneer de optimale oplossing (lagere belasting op arbeid) politiek of institutioneel niet wordt uitgevoerd, ontstaat een alternatieve structuur die het probleem omzeilt in plaats van oplost. Maar second-best oplossingen hebben altijd een prijs:
· Complexiteit en administratieve rompslomp neemt toe;
· Transparantie neemt af;
· Transactie en opvolgings-administratieve kosten stijgen;
· Economische neutraliteit verdwijnt;
· Beperking in vrije keuze van gebruik van het betaalmiddel;
· Bij doorrekening van de kosten, commissielonen een lagere koopkracht.
5. Waar de echte welvaart verdwijnt
De grootste denkfout is dat het geld “ergens vandaan komt”. Dat klopt niet.
De economie is geen geldmachine. Ze is een productiemachine. Elke euro voordeel in het chequesysteem komt uit één van drie bronnen:
1. Lagere sociale bijdragen (toekomstige sociale zekerheid)
2. Hogere prijzen of lagere marges bij handelaars
3. Administratieve inefficiëntie en administratieve kost, administratieve last in het systeem zelf;
Er wordt dus geen extra welvaart gecreëerd. Er wordt enkel op de volgende manier herverdeeld:
van publieke zekerheid → naar private koopkracht van handelaar → naar intermediair van eenvoud → naar complexiteit
6. De echte economische conclusie
Een economie wordt niet sterker door het toevoegen van tussenlagen die geld verplaatsen. Ze wordt sterker door:
· Productiviteit
· Innovatie
· Efficiënte belastingstructuren
· Lage frictiekosten
Het maaltijd- en ecochequesysteem doet het tegenovergestelde: Het optimaliseert niet de economie. Het optimaliseert de financieringsontwijking binnen de economie. Besluit: de stille verschuiving van welvaart
Maaltijd- en ecocheques zijn geen bron van nieuwe welvaart. Ze zijn een fiscale herschikking met ingebouwde transactiekost. Ze verhogen de koopkracht van de werknemer zichtbaar op korte termijn ( of toch niet) , doch creëren geen extra economische output en de hogere netto-inkomsten worden niet verrekend bij ziekte, arbeidsongevallen, werkloosheid en pensioen, net als bij de flexijobs. Het wordt niet berekend in de pensioenhoogte van de pensioenen, met een zekere nuance ter hoogte van gewerkte dagen, dat is alles en niks meer.
De winst is individueel en onmiddellijk. Kort en inflatiegevoelig. Het is een gevoel en niet de realiteit; De kost is collectief en verspreid. Het nadeel zit in de staart bij vervangingsinkomens en pensioeninkomens. En precies daarom lijkt het systeem op vooruitgang, terwijl het in werkelijkheid vooral een economische omweg is geworden van status-quo: een systeem dat niet meer brood bakt, maar vooral bepaalt hoe je voor dat brood mag betalen.
De grootste paradox is dus niet dat het systeem werkt. Maar dat het nodig lijkt om een probleem te compenseren dat het zelf niet oplost, namelijk de hoge belasting op arbeid. Zolang die basis niet verandert, zal elke “oplossing” in werkelijkheid blijven functioneren als wat ze economisch is: een verschuiving van welvaart, geen creatie ervan. Geen creatie betekent ook minder welzijn.
Sandra De Brauwer, bestuurslid
