Spring naar de inhoud

Terrasvrijheid dreigt in rook op te gaan

[#item_full_content]

Ik herinner het me nog goed, wanneer je vroeger in sommige restaurants of cafés was geweest kon je thuis meteen al je kleren in de wasmand gooien en je haren wassen om de rookgeur weg te krijgen. Vroeger is nog niet eens zo heel lang geleden. Ik spreek van eind jaren ’90, begin 21ste eeuw. Toen was het ook heel normaal dat de eerste rijen in een trein of vliegtuig voorzien waren voor de rokers, afgescheiden door een klein glazen wandje of gordijn dat absoluut de walm niet tegenhield. Dat dit tot het verleden behoort is een goede zaak. Vanaf januari 2027 wil onze regering echter nog een stap verder gaan: een volledig rookverbod op terrassen. Voor mij, als niet-roker, is dit een stap te ver.

Gezondheid als alibi

De fundamentele vraag is: moet de overheid zich bemoeien met roken in de open lucht? Op een terras kiest een klant er bewust voor om te gaan zitten, net zoals hij weet dat er alcohol wordt geschonken of dat er verkeer langsrijdt. De kans dat je als toevallige passant ernstige gezondheidsschade oploopt door een voorbijwaaiende rookwalm lijkt beperkt. Toch kiest de overheid ervoor dit gedrag te verbieden, opnieuw in naam van “de volksgezondheid”.

Uit metingen in Europa blijkt dat de luchtkwaliteit op terrassen waar gerookt wordt wel degelijk achteruitgaat: in semi-gesloten ruimtes werden waarden gemeten tot 90 microgram fijnstof per kubieke meter en meer dan 4 microgram nicotine. Ter vergelijking: in een straat zonder rook ligt fijnstof vaak rond de 10 à 20 microgram. Voor wie langdurig op een terras werkt, zoals het personeel, kan dat irritatie van de luchtwegen of astma-aanvallen veroorzaken. Voor gezonde volwassenen die af en toe een terrasje doen, blijft de gezondheidswinst van een verbod echter beperkt.

Bovendien verdwijnt het probleem niet: rokers moeten nu naast het terras gaan staan. Het resultaat? Een paar meter verder zit iemand anders in de rook, terwijl het terras zelf “rookvrij” is. Absoluut rookvrij wordt het dus nooit.

Een andere vraag dringt zich op: waar stopt het? Verbieden we binnenkort het drinken van alcohol? De gezondheidswinst zou ook hier enorm zijn. Het argument dat degene die ervoor kiest alcohol te drinken daar alleen zelf last van heeft, houdt ook geen steek. Vraag dat maar aan iedereen die moet leven met een alcoholverslaafde of een verkeersslachtoffer wanneer iemand beslist achter het stuur te kruipen.   

De horeca als speelbal

De horeca ziet dit nieuwe rookverbod als een pestmaatregel. Ze vreest een omzetdaling en zelfs een lawine aan faillissementen, net zoals destijds bij het rookverbod binnen. Toen bleek die daling na verloop van tijd mee te vallen. Toch is de situatie dit keer anders: het terras is voor veel cafés hun uithangbord en belangrijkste troef. Door rokers daar weg te jagen, riskeren ze een stuk van hun publiek kwijt te spelen. Heel wat uitbaters hebben de voorbije jaren bovendien fors geïnvesteerd in rookruimtes, die nu ook zullen moeten verdwijnen.

De praktijk: meer zwerfvuil, minder logica

Het rookverbod roept ook praktische vragen op. Zo zullen rokers naast het terras moeten staan. Ik ben van Leuven. Neem de Oude Markt daar als voorbeeld, één groot aaneengeschakeld terras. Naast het terras staan betekent gewoon dat je op het volgende terras terechtkomt. Alle pleinen rookvrij dan maar?

Asbakken zullen verdwijnen van de tafeltjes, waardoor peuken op de grond belanden. Een maatregel die zogezegd de leefomgeving properder moet maken, kan dus exact het tegenovergestelde effect hebben.

De belangrijkste praktische vraag is misschien nog: hoe ga je zo’n verbod handhaven? Moet de cafébaas politieagent spelen en zijn eigen klanten wegsturen? Of zet men de schaarse politiecapaciteit in om terrasrokers te beboeten? Het risico is groot dat dit rookverbod een dode letter wordt, maar intussen wel spanningen veroorzaakt tussen horeca en klanten of tussen klanten onderling.

Van symbool naar precedent

Het rookverbod op terrassen mag dan nobel klinken, in de praktijk dreigt het vooral vrijheid in te perken zonder noemenswaardige gezondheidswinst. Horeca-uitbaters zijn speelbal van steeds wisselende regels, rokers worden verder naar de rand gedrukt en de handhaving lijkt onrealistisch.

Iedereen weet dat roken ongezond is, daarover is geen debat nodig. Waarover we het als maatschappij dringend wel eens moeten hebben, is in hoeverre de overheid het recht heeft elke vorm van ongezond gedrag te verbieden of te beboeten. Het gevaar van dit soort regelgeving zit immers in het precedent. Vandaag zijn het terrassen, morgen misschien alcohol in de publieke ruimte of vlees op festivals. Iedere keer een kleine stap, maar samen een glijbaan richting een samenleving waarin de overheid meer en meer persoonlijke levenskeuzes bepaalt. Het alternatief is een samenleving waarin rokers, niet-rokers en ondernemers zelf in staat zijn afspraken te maken en rekening te houden met elkaar.

Evi Vanheel, nationaal secretaris Voor U