De derde generatie en de illusie dat Europa vanzelf blijft bestaan

Er is een vreemd soort naïviteit dat alleen kan ontstaan in landen die al te lang vrede kennen.

Ze is niet dom, die naïviteit. Integendeel. Ze is vaak hoogopgeleid, goedbedoelend, internationaal georiënteerd en moreel behoorlijk zeker van zichzelf. Ze spreekt over inclusie, mensenrechten en dialoog met de vanzelfsprekendheid van iemand die nooit ernstig heeft moeten twijfelen aan het bestaan van rechtbanken, politie, vrije pers, onderwijs, eigendomsrechten of een paspoort dat deuren opent in plaats van sluit.

Dat is misschien het probleem.

De generatie die de oorlog nog kende, wist dat beschaving breekbaar is. De generatie daarna bouwde instellingen, welvaart en Europese samenwerking op uit angst dat alles opnieuw kon ontsporen. Maar de derde generatie — de kleinkinderen van de wederopbouw — heeft de voordelen geërfd zonder het geheugen dat erbij hoort. Voor hen is Europa een soort bestuurlijke Shire geworden. Een comfortabele plek met goed onderwijs, sociale zekerheid, weekendtrips, Erasmus, mensenrechtenverdragen en een vage overtuiging dat vooruitgang de natuurlijke richting van de geschiedenis is.

Er is altijd wel een subsidie. Een commissie. Een overlegmoment. Een projectoproep. Een studiedag met broodjes. En als dat niet werkt, dan organiseren we gewoon een nieuwe studiedag over waarom de vorige studiedag onvoldoende inclusief was. Maar vooruitgang is geen natuurwet. En Europa is geen weersysteem.

De Europese vrede is historisch jong. De welvaart is uitzonderlijk. De rechtsstaat is geen decorstuk. Europese eenmaking is geen folklore, maar een politiek mirakel dat amper enkele generaties oud is. Toch wordt er vandaag vaak gesproken alsof dit alles vanzelf blijft bestaan, ongeacht hoeveel druk men erop zet.

Dat is bijzonder zichtbaar in het migratiedebat.

Het mantra in het migratiedebat

Jarenlang klonk het mantra dat migratie nodig was voor de pensioenen. Alsof samenlevingen enkel bestaan uit demografische tabellen. Alsof men zomaar “mensen” kan toevoegen aan een economie, zonder te kijken naar opleiding, taal, arbeidsmarkt, waarden, integratie, institutioneel vertrouwen of politieke loyaliteit. Alsof elke migrant automatisch een toekomstige belastingbetaler is. Alsof elke vorm van diversiteit automatisch sociale verrijking betekent. Alsof selectie verdacht is en grenzen vooral iets zijn voor mensen met onaangename meningen.

Dat was geen mededogen. Dat was bestuurlijke luiheid met een moreel sausje. Want een liberale rechtsstaat kan veel verdragen, maar niet alles. Zij kan mensen opnemen die haar regels willen respecteren. Zij kan dissidenten beschermen. Zij kan vluchtelingen helpen. Zij kan talent aantrekken. Zij kan mensen kansen geven die elders door corruptie, autoritarisme of religieuze druk werden tegengehouden.

Maar zij kan niet eindeloos doen alsof er geen verschil bestaat tussen mensen die vrijheid zoeken en mensen die vrijheid gebruiken om onvrijheid te organiseren. Dat onderscheid wordt in West-Europa te vaak vermeden. Uit angst om hard te klinken. Uit angst om “rechts” te klinken. Uit angst om toe te geven dat sommige ideologieën niet wachten op een betere integratiebrochure.

Radicale islam zal niet plots verlangen naar liberale integratie omdat er nog een dialoogtafel wordt georganiseerd. Sommige bewegingen zien Europese tolerantie niet als een uitnodiging tot wederkerigheid, maar als een zwakte die kan worden benut. Wie dat zegt, zegt niet dat elke moslim een probleem is. Integendeel. Vaak zijn juist seculiere moslims, ex-moslims, Iraniërs, Joden, Koerden, Russen tegen Poetin en andere mensen met ervaring in autoritaire culturen de eersten die de signalen herkennen.

Zij weten hoe normalisering werkt.

Eerst wordt een onderwerp gevoelig. Daarna wordt het vermeden. Daarna wordt wie het benoemt verdacht gemaakt. Ondertussen dragen Joden hun symbolen minder zichtbaar, vermijden vrouwen bepaalde plekken, worden leerkrachten voorzichtiger, rechters bedreigd, politici omzichtig, en noemt men niet-handhaving “de-escalatie”. En dan vraagt men zich af hoe het zover is kunnen komen.

Maar de andere kant van het spectrum is niet verstandiger. De radicale rechterzijde ziet dezelfde problemen en besluit vervolgens dat elke vorm van migratie een bedreiging is. Ook dat is intellectueel armoedig, maar dan met een vlag erbij. Want nee, de industrie maakt geen grap wanneer zij zegt gespecialiseerde profielen nodig te hebben. Ziekenhuizen, universiteiten, technologiebedrijven, fiscaliteit, biotech, engineering, bouw, zorg en high-end dienstverlening draaien niet op nostalgie. Men vult geen knelpuntberoepen met slogans. Men bouwt geen competitieve economie met panelgesprekken over vroeger, hoe krachtig de PowerPoint over “onze mensen eerst” ook moge zijn.

Een halfgeleiderfabriek draait niet op verontwaardiging. Een ziekenhuis vult zijn nachtshiften niet met nostalgie naar de dorpspastoor. Een biotechbedrijf vindt geen onderzoekers omdat iemand op televisie streng naar de camera kijkt en zegt dat het volk genoeg heeft gehad. En nee, hoogopgeleide mensen uit landen met zwakke paspoorten zitten niet allemaal smekend te wachten op een leven in een regenachtig Europees dorp, met trage erkenning van diploma’s, hoge belastingen, lage lonen tegenover de Verenigde Staten of Zwitserland, woningnood, argwaan aan het loket en een extreemrechtse partij die hen als affichemateriaal gebruikt.

Talent heeft opties

Dat is blijkbaar moeilijk te begrijpen voor mensen die denken dat een West-Europees paspoort zo vanzelfsprekend is als kraantjeswater. Voor veel mensen buiten Europa is dat paspoort geen lifestyle-accessoire, maar een reddingsboot. Maar een reddingsboot is nog geen liefdadigheidsinstelling met slechte klantenservice. Een Iraanse ingenieur, een Russische anti-Poetinontwikkelaar, een Indiase arts, een Libanese ondernemer, een Turkse onderzoeker of een Braziliaanse verpleegkundige vergelijkt landen. Snelheid van procedures. Salaris. Veiligheid. Scholen. Sociale waardigheid. Kans op promotie. Fiscale omgeving. Rechtszekerheid.

Als Europa te bureaucratisch, te vijandig en tegelijk te onduidelijk wordt, kiezen de beste mensen iets anders. Canada. De Verenigde Staten. Zwitserland. Singapore. Dubai. Australië. Of gewoon remote work, waarbij men Europees gekibbel kan bekijken vanop veilige afstand, als een soort tragikomische livestream met slechte weersvoorspelling. Dan blijft Europa achter met precies de selectie-effecten waar niemand eerlijk over wil praten: minder talent, meer wantrouwen, meer gesloten gemeenschappen, meer frustratie bij de bevolking, meer stemmen voor partijen die het probleem verder versimpelen.

Links heeft te lang gedaan alsof selectie onfatsoenlijk is. Rechts doet nu alsof onderscheid onmogelijk is. En de serieuze mensen — werkgevers, liberale migranten, dissidenten, vrouwen, Joden, ex-moslims, leerkrachten, magistraten, lokale bestuurders — mogen de rekening betalen.

De ene kant denkt dat integratie vanzelf gebeurt als men maar lang genoeg “verbinding” zegt. De andere kant denkt dat economische moderniteit kan worden vervangen door boze nostalgie en een streng lettertype op campagnemateriaal.

Beide kanten onderschatten hoe zeldzaam het huidige Europa is

Het is niet normaal dat landen met een geschiedenis van oorlog, religieuze strijd, armoede, koloniale trauma’s, nationalisme en ideologische waanzin enkele decennia later samen instellingen bouwen, grenzen openen, handel drijven en min of meer vreedzaam ruziemaken over begrotingsregels. Dat is geen standaardinstelling van de mensheid. Dat is geen app die vanzelf updatet. Dat is beschaving als fragiel softwarepakket, met bugs, onderhoudskosten en gebruikers die te vaak op verdachte links klikken.

De kern van de zaak is simpel: Europa moet opnieuw leren dat openheid alleen werkt wanneer zij wordt gedragen door orde. Sterke buitengrenzen zijn niet onmenselijk. Snelle terugkeer bij illegaal verblijf is geen extremisme. Gerichte talentmigratie is geen elitarisme. Bescherming voor echte vluchtelingen is geen naïviteit. Integratie-eisen zijn geen racisme. Het verdedigen van vrouwen, Joden, vrije meningsuiting en seculiere wetgeving is geen cultuurstrijd, maar zelfbehoud.

Een volwassen migratiebeleid zou tegelijk streng en aantrekkelijk moeten zijn. Streng voor illegaliteit, fraude, intimidatie, antisemitisme, vrouwenhaat en vijandigheid tegenover de rechtsstaat. Aantrekkelijk voor mensen die willen studeren, werken, ondernemen, bijdragen en leven binnen de liberale orde. Dat klinkt misschien ingewikkeld, maar het is eigenlijk vrij eenvoudig: wees geen deurmat, maar ook geen middeleeuwse ophaalbrug met complexen. Maar daarvoor moet Europa eerst ophouden met zichzelf te beschouwen als vanzelfsprekend.

De derde generatie moet begrijpen dat zij geen sprookjesland heeft geërfd, maar een kwetsbaar institutioneel bouwwerk. De welvaart, vrede en vrijheid waar zij zo nonchalant mee omgaat, zijn zeldzamer dan zij denkt. De Shire is mooi. Maar zelfs de Shire blijft niet veilig omdat haar bewoners vriendelijk zijn, elkaar groeten aan de bakker en af en toe een participatietraject organiseren.

Iemand moet de grenzen bewaken.
Iemand moet de regels handhaven.
Iemand moet durven zeggen dat het huis gastvrij kan zijn zonder zichzelf af te schaffen.

En misschien moet iemand de derde generatie voorzichtig uitleggen dat Frodo met een diversiteitsworkshop Mordor niet zal tegenhouden.

Zelfs niet met Europese subsidies.”


Ana Kazemi