Op deze internationale dag tegen racisme moeten nog steeds vele individuen vechten tegen vooroordelen, discriminatie, uitsluiting, haat en geweld. Dat dit meer dan 80 jaar na de laatste wereldoorlog nog zo brandend actueel zou zijn, toont aan dat de mens ongebonden aan tijd, ruimte en cultuur in sterke mate vatbaar is voor uitsluitingsgedrag op basis van uiterlijke of persoonlijke kenmerken van zijn medemens. Daarom is de beschikbaarheid van informatie en wetenschap essentieel. In even belangrijke mate is de behandeling van de mens als een autonoom individu. Alleen met een zelfkritische houding kunnen mensen losbreken van het groepsdenken en stereotypen tegemoet gaan.
Kort gezegd in mensentaal: alle mensen zijn evenveel waard. Zij moeten met evenveel waardigheid worden behandeld: door medemensen én door overheden. Voordat u denkt dat dit een open deur intrappen is, zijn hier enkele voorbeelden en uitgangspunten om zelfkritisch naar de mens te kijken.
Wereldconflicten
Politici en commentatoren zoeken vaak eenvoudige verklaringen voor wereldconflicten. Want is het moeilijker om uit te leggen aan de bevolking dat wereldconflicten meerlagig zijn en dat bijlange na niet alle informatie over de verschillende betrokken partijen en hun motieven bekend is. Het is moeilijk om uit te leggen dat wereldconflicten geen voetbalmatchen zijn waar de ene ploeg wint en de andere verliest. Waar je de keuze hebt om voor de ene ploeg te supporteren of voor de andere.
De mens bereikt zijn absolute dieptepunt wanneer in oorlogen propaganda wordt gevoerd en de medemens hierin wordt voorgesteld als niet-menselijk. De ontmenselijking veronderstelt foutief dat het moreel meer aanvaardbaar zou zijn om andere mensen te verdrukken of uit te schakelen als de doelwitten geen “volwaardige” mensen zijn. Kazerne Dossin in Mechelen gaat daarover en gebruikt de Jodenvervolging als een concrete gebeurtenis om een abstractie te maken naar de wereld van vandaag. Het lijkt erop dat in de huidige geopolitieke context dit documentatiecentrum enkel maar aan relevantie wint, naarmate het duidelijk wordt dat polarisatie discriminatie en racisme minder onderhuids maakt. Want de Jodenhaat – als we het over die specifiek hebben – is terug nooit van weggeweest. Dat bewijzen toegenomen incidenten nationaal en internationaal.
Wat alleszins nooit een verklaring is, is het toeschrijven van complexe problemen aan volledige bevolkingsgroepen. Zo is het even fout om “de” joden verantwoordelijk te stellen voor alle zonden van Israël (letterlijk dan), als om “de” moslims te vereenzelvigen met terrorisme, of om, zoals in sommige hardnekkige stereotyperingen, te suggereren dat mensen op basis van huidskleur intellectueel inferieur zouden zijn — een stelling die wetenschappelijk niet houdbaar is.
Het racisme dat mensen beweegt tot agressie heeft telkens maar tot tragische gevolg dat gewone mensen het onderspit delven en dat dit de koude kleren van de geviseerde regimes niet eens raakt. Racisme is daarom niet alleen moreel verwerpelijk, maar heeft ook geen enkel doel.
Dé oplossing
Slecht nieuws: er is geen “een-op-een” oplossing, maar zeker wel een richting die de wereld op een beter spoor zet. Zolang de mensheid bestaat is er immers vatbaarheid voor racisme en uitsluiting. Het hoeft allemaal ook niet gefocust te zijn op religie. In het Westen is er steeds minder sprake van fundamenteel onrecht tegen vrouwen, andersgeaarden, zieken, minderbedeelden… maar het is er zeker nog. In niet-Westerse landen mag het tegenwoordig economisch wat beter gaan dankzij kapitalistische en liberale hervormingen van hun economieën, toch blijft het erg twijfelachtig of een aantal van deze landen, voornamelijk op het Afrikaanse continent, ooit een minder discriminerende weg zullen inslaan. In Senegal heeft luttele dagen voor deze internationale dag tegen racisme (en uitsluiting) een wet gestemd die andersgeaardheid platweg verbiedt.
Maar ook op eigen territorium moeten we opletten om onze eigen geschiedenis voor te stellen als een lineaire evolutie naar meer tolerantie. Pas nà de middeleeuwen vonden er grootschalige vervolgingen plaats van al wie anders was. Zo werden in Mechelen vier vrouwen aan het begin van de 17de eeuw gruwelijk vermoord door de machthebbers omwille van vermeende hekserij. Historici wijzen erop dat hekserij in feite neerkwam op alles wat niet binnen de norm viel. Zo is het geweten dat lesbiennes van die tijd er mee aan moesten geloven. Wanneer je zou denken dat eerherstel voor deze vrouwen het minste is wat de gemeenteraad van Mechelen kon doen, stemde de meerderheid van een “liberale” burgemeester, een voorstel daartoe weg. Drie jaar later komt er dan toch een gedenksteen nadat Gent en Lier over gelijkaardige initiatieven helemaal niet moeilijk deden. Als de politieke klasse racisme en uitsluiting in de samenleving wil tegenwerken, dan zijn zulke voorstellen een ideale symbolische gelegenheid om als overheid en vertegenwoordigers van de samenleving een streep in het zand te trekken en dat consequent te doen in dossiers die te maken hebben met uitsluiting of geweld tegen andere mensen op basis van hun kenmerken.
Maar er zijn wel initiatieven die onze Westerse waarden van tolerantie en gelijkheid voor de wet nog duidelijker willen markeren. Zo was onze eigen Els Ampe indiener van een voorstel tot resolutie om de jodenhaat te bestrijden. Maar laten we een kat een kat noemen: het hoeft allemaal zover niet te komen als ouders en opvoeders ook hun kinderen kort opvolgen. Radicalisering onder jongeren, en niet enkel bij jongeren uit islamitische culturen, neemt toe. De conservatievere kijk op genderrollen, de normalisering van racistische taal in de klas, het feit dat steeds meer jongeren houvast zoeken in sterke symbolen, zijn tekenen aan de wand. Het is dus geen roep naar een “oplossing”, maar een roep naar “monitoring”.
Dilemma
Als liberaal of libertair kan je soms tussen het dilemma zitten over de rol van de overheid. Enerzijds kan je stellen dat de overheid geen uitstaans heeft met wat mensen wel of niet mogen. Anderzijds – om te vermijden dat de verlichte samenleving wordt uitgehold door extremisten – kan de wetgever bestaande wetgeving die de grondrechten van de burger beschermt, verder aanscherpen of vereenvoudigen zodat extremisten weten waar de grens ergens loopt. Maar dat is ook ineens duidelijk voor organisaties, of voor de man in de straat.
Die taal moet immers zo eenvoudig zijn dat iedereen dit ook begrijpt. In de leraarskamers bijvoorbeeld heerst het gevoel dat er veel wordt ingezet op tolerantie en respect, alleen dringt dat onvoldoende door bij leerlingen en ouders. Als onderwijspersoneel moet proberen om de brokken te lijmen, of de politie, of de straathoekwerker, is het eigenlijk al te laat. Het besef dat de basis van racisme op jonge leeftijd wordt gelegd, moet het vertrekpunt zijn van elk debat rond racismebestrijding. Anders heeft dat debat geen duidelijk doel en is eventuele nieuwe wetgeving bij voorbaat al een losse flodder.
Geen vingerwijzing, wel richting geven
Met deze tekst wordt er geen vingerwijzing bedoeld naar mensen die het “hunne” van bepaalde zaken denken. De vrijheid van mening is heilig. Alle evoluties richting een gedachtepolitie moet ieder weldenkend burger afwijzen. Iemand gewoon uitmaken voor rotte vis, hoe dom, kinderachtig en moreel verwerpelijk ook, zou nooit een aanleiding mogen zijn voor bestraffing. Mensen mogen in zekere zin gerust een olifantenhuid aankweken. Wezenlijk anders is het wanneer mensen of overheden in daad andere mensen uitsluiten op basis van kernmerken die niets te maken hebben met de aard of het doel van datgene waarvan zij worden uitgesloten. Iemand die te zwaar weegt om een bepaald beroep uit te oefenen, mag daarvan worden uitgesloten. Als iemand voor een werkgever werkt die absolute neutraliteit op de werkvloer vereist, dan is het niet meer dan normaal dat van deze werknemer kan worden verwacht om daaraan te voldoen.
Voor U neemt hierin duidelijk stelling. De partij schaart zich achter het individu en nooit van groepen, organisaties, of overheden. Een wereld zonder zwarte schapen is er eentje waarin mensen begrijpen waarom deze samenleving democratisch én op het individu gericht is, en waarin mensen wetenschap appreciëren en objectieve vaststellingen kunnen en mogen doen. Van zodra we mensen beginnen los te koppelen van regimes, culturen en groepen en kijken naar hun eigen situatie, ontwikkeling, verdiensten en waarden, gaan we ook anders over hen spreken.
Hoewel de samenleving geen monolithisch blok is dat pal achter deze overtuiging staat, begint het bij onszelf. Door een assertieve houding in te nemen tegenover mensen die deze waarden bewust of onbewust ondermijnen, beschermen we op onze eigen manier onze eigen samenleving. Zonder verzet domineren immers de luidste stemmen – en die hebben niet altijd gelijk.
Henning Van Duffel, vice-voorzitter Voor U
