Er was laatst veel te doen om een fragment dat opdook van Studio Brussel waarin ze een Jezus- en Mariabeeldje (en nog veel andere voorwerpen) kapotmaakten in een ‘rage room’, een ruimte waar je tegen betaling dingen kan kapotmaken om je ‘rage’ (woede) te uiten.
Katholieke apologeet en journalist Colm Flynn bracht dit fragment weer onder de aandacht en confronteerde de Studio Brussel presentatoren hierover, je zag merkbaar dat ze verrast waren om hierover aangesproken te worden. Ook hier even een bloemlezing uit de reacties:
Het is verleidelijk om je te laten meeslepen door één van de twee polen. Maar wie iets verder kijkt, merkt al snel dat er langs beide kanten iets schort aan de argumentatie. Laten we even de ware intenties van de Studio Brussel presentatoren achterhalen, met een open geest.
Waren ze zich wel bewust?
Waren de presentatoren zich bewust van de “Belgische traditie van spanningen rond religie” toen ze die beelden kapotmaakten? Volgden ze de geest van de beeldenstorm of de meer “recente afzetting tegenover de kerk”, zoals Yassine Boubout hier stelt?
Het is weinig waarschijnlijk dat de presentatoren zich lieten leiden door religieuze of anti-religieuze
motieven, aangezien ze daarvoor waarschijnlijk nooit hadden stilgestaan bij het symbolische belang van
deze beelden.
Is het christenhaat?
Is dit dan een vorm van christenhaat of proberen ze het christendom belachelijk te maken? Jakob Kürüm
stelt de vraag of christenen niet wat meer zouden mogen worden beschermd tegen haatacties tegen het
christelijke geloof of de symbolen ervan. Volgens hem is er zelfs sprake van gegroeide christenhaat.
Maar was het wel een gerichte haatactie tegen christenen of het christendom? Hebben de presentatoren een anti-christelijke agenda? En nog meer: is er sprake van gegroeide haat tegenover christenen in België, of anders gezegd: is er toegenomen haat tegenover groepen van mensen omdat ze christelijk
zijn?
In een polemische wereld waarbij emoties de overhand nemen willen mensen graag eenvoudige verklaringen, maar sommigen laten zich ook leiden door vooringenomenheden en vermoedens, uit voortdurende rivaliteit of angst tegenover de andere. Toch kan ik me niet van de indruk ontdoen dat er iets in deze polemiek is vergeten, een ogenschijnlijk domweg eenvoudige verklaring die veel onschuldiger is.
Culturele vanzelfsprekendheid
Westerse cultuur is in bepaalde opzichten zodanig succesvol dat het overal ter wereld is geëxporteerd en daarom een globaal karakter heeft, in tegenstelling tot vele niet-Westerse culturen die traditioneel meer regionaal gebonden zijn. Wat de Studio Brussel presentatoren op dat moment zagen, was geen religieus voorwerp, maar een antiek stuk decoratie.
‘We’ zijn als het ware blind geworden voor onze eigen cultuur, andere culturen in contrast worden dan juist wel als iets cultureel gezien. Het getuigt van weinig zelfinzicht; een andersculturele buitenstaander zal daarentegen wel culturele elementen kunnen herkennen in onze gebruiken en gewoonten.
Daarom pleit ik voor meer ‘cultureel (zelf)bewustzijn’, om het arrogante maar onbewuste gevoel van superioriteit dat vooral in het Westen leeft de kop in te drukken. We mogen dus niet onderschatten hoe we onze eigen cultuur zodanig gewoon vinden dat we het niet meer als cultuur zien.
Verkeerde vraag
Maar waarom, zul je je misschien afvragen, zouden de presentatoren zoiets instinctief dan niet durven doen bij symbolen van andere religies? Het is daar waar de moeilijkheid van heel dit debat zit. Het idee leeft dat aanhangers van religies zoals het jodendom of de islam zeer strikt zijn in hun leer en absoluut intolerant staan tegenover kritiek of blasfemie. Ik zal niet verder uitweiden over of dit effectief zo is, maar het staat vast dat dit een wijdverspreide opvatting is.
Mensen zijn volgens mij in mindere mate gechoqueerd om de beleding van ‘hun’ religie, maar wel omdat hun cultureel erfgoed respectloos wordt behandeld. De vraagstelling (Waarom bij ons en niet bij een ander?) is dus verkeerd. Een betere vraag is: Hoe komt het dat de presentatoren van Studio Brussel hun eigen cultureel erfgoed niet herkennen? Of, als ze het wel herkennen, waarom hechten ze er dan geen waarde aan?
Zolang die vraag niet wordt beantwoord zullen we vaker dit soort discussies hebben. En ja, je kan gerust met het vingertje wijzen naar Studio Brussel of naar de VRT, maar weet dan ook dat het onze collectieve verantwoordelijkheid is om ons historisch nalatenschap in de kijker te zetten over alle lagen van de bevolking heen. Het is heus niet alleen de schuld van de jeugd (het doelpubliek van Studio Brussel) dat die daar geen voeling meer mee heeft. We zijn allemaal verantwoordelijk, zeker aangezien wij de laatste decennia te weinig aandacht hebben geschonken aan dit collectieve bewustzijn.
Gelukkig zijn we het allemaal eens over één ding: alles moet gezegd kunnen worden, ook al valt niet alles bij iedereen in goede aarde. Dat is geen uitspraak uit Westerse culturele superioriteit, maar gewoon omdat het universeel vaststaat dat de dialoog en het wederzijdse begrip begint met een zo groot mogelijk comfort om te kunnen zeggen wat je vindt.
Jeroen Penninck
