Het hoogtepunt van de 2026-editie van de Ronde van Vlaanderen was ongetwijfeld niet de overwinning van de Sloveen Pogačar, maar een aantal wielrenners die de mist ingingen aan de overweg in Wichelen. Toen het rode licht aansprong, koos een deel van het wielerpeloton er toch voor om over te steken. In de nasleep hiervan sloeg Infrabel alarm, en het parket gebruikte de beelden gretig om de betrokken wielrenners in vervolging te stellen. De berichtgeving door de overheden en media was veroordelend van toon en maakte van de wielrenners criminelen die een rijverbod zouden moeten opgelegd krijgen. Daar durft geen mens iets tegenin te brengen.
De overheid die de dans ontspringt
Nergens in de berichtgeving wordt gesproken over de organisator Flanders Classics. Zij bepaalden het parcours. Een parcours dat door politieploegen wordt gemonitord en waarop het verkeer zo veel mogelijk wordt omgeleid, geeft de renners vrij spel door kruispunten met stoplichten zodat zij ongehinderd kunnen blijven rijden. Maar wanneer het parcours over een spooroverweg gaat, geldt die vrije doorgang opeens niet meer. De overheid doet hier dan ook niets om een afstemming tot stand te brengen tussen het treinverkeer en de wielerwedstrijd. Zeker op een zondag zou zoiets absoluut haalbaar moeten zijn.
De renners die het idee hebben dat ze eerst overal door het rood mochten rijden omdat de overheid hen hierin ontzorgt, lopen aan de overweg als ratten in de val van het parket. Resultaat: boetes die kunnen oplopen tot duizenden euro’s, een rijverbod dat vijf jaar in beslag kan nemen en een mogelijke diskwalificatie van de overkoepelende wielerorganisatie.
Uiteraard zijn wielrenners verantwoordelijk genoeg om zelf de verkeersregels nauwgezet op te volgen, maar van een organisator mag ook worden verwacht voldoende aandacht te schenken aan een parcours met zo weinig mogelijk veiligheidsrisico’s. Dat een wielrenner onderuit gaat op een kasseistrook in de Vlaamse Ardennen is onderdeel van het jolijt; dat een wielrenner wordt gegrepen door een trein is allesbehalve vrolijk. Of CEO Tomas Van Den Spiegel in de nasleep hiervan zijn huiswerk zal maken naar de volgende edities toe, is zeer de vraag.
En dan kunnen we het nog eens hebben over het parket en zijn vervolgingsgeilheid. In plaats van te kijken wat de verschillende overheden en politiezones meer hadden kunnen doen om de veiligheid te garanderen, wil justitie eerder de kassa laten rinkelen. Zo spoorde het parket 54 wielrenners op die een boete riskeren tot 5000 euro. Een snelle berekening leert dat dit de schatkist wel 270.000 euro kan opleveren. Het zou me zelfs niet verwonderen dat de politierechter het maximumbedrag zal vorderen, gezien de maatschappelijke status en voorbeeldfunctie van de sportlui. Uiteraard gaat CEO Tomas Van Den Spiegel dat niet betalen.
Maar ze reden toch door het rood?
Dat klopt helemaal dat deze renners ervoor kozen om door het rood te rijden en verantwoordelijkheid dragen. Het argument dat door een noodstop voor de bareel het peloton zou doen vallen, doet daar niets aan af. Beter een bluts en een buil dan collectief het loodje leggen. Toch legt de focus op hen alleen een groeiend probleem bloot: de klopjacht op de gewone man die het steeds moet ontgelden en de overheid die nooit in haar eigen boezem kijkt. Door de wildgroei aan wetten en regels, zijn overtredingen ook waarschijnlijker. De wetgever geeft door deze aanwas aan wetten en regels een steeds groter wordend mandaat aan justitie om actiever burgers te criminaliseren en te veroordelen.
Als je als burger of sporter het gevoel hebt dat de overheid steeds om het hoekje komt loeren, dan moeten we dringend nadenken welke soort maatschappij wij willen. En het moet toch gezegd: het gebrek aan die kritische reflex bij media en politici is laakbaar. Dit toont vooral aan dat de meeste belangrijke actoren in onze samenleving ons laten meezuigen in het narratief van de gezagsgetrouwe burger in relatie tot een onaantastbare, almachtige overheid.
Henning Van Duffel, vice-voorzitter Voor U
