
De Europese Unie staat op het punt haar handelsrelaties met de Mercosur-landen (Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay) verder te verdiepen. Voorstanders wijzen op economische kansen, maar in de landbouw- en voedingssector groeit de onrust. Niet alleen boeren, maar ook supermarkten en consumentenorganisaties waarschuwen dat vrijhandel zonder gelijkwaardige productiestandaarden een reëel risico vormt voor voedselveiligheid en eerlijke concurrentie.
Die bezorgdheid is geen buikgevoel. Ze wordt ondersteund door officiële EU-controles, wetenschappelijke studies en concrete afkeuringen van importzendingen.
Antibioticagebruik bij veeteelt
De Europese Commissie publiceerde een auditrapport over Brazilië waarin expliciet sinds 2020 wordt verwezen naar vier RASFF-meldingen voor residuen van farmacologisch actieve stoffen in Braziliaans vlees. Het ging om twee dossiers in rundvlees en twee in pluimvee, met onder meer de antibiotica chloramfenicol en oxytetracycline en het antiparasitaire middel doramectine .
- Chloramfenicol: Zelfs bij lage concentratie risico op aplastische anemie bij mensen (een zeldzame maar vaak dodelijke beenmergziekte)
- Oxytetracycline: is in de EU verboden als routinematig of groeibevorderend antibioticagebruik om antibioticaresistentie bij de mens te vermijden
- Doramectine: is niet verboden in the EU maar mag gebruikt worden onder strikte voorwaarden en met wachttijden.
RASFF (Rapid Alert System for Food and Feed) is het Europese waarschuwingssysteem voor voedselveiligheid. Wanneer een product daarin wordt gemeld, betekent dit dat het niet voldoet aan EU-veiligheidsnormen en een risico kan vormen voor de consument.
Mercosur-landen zijn grote gebruikers van GMO-gewassen
In Zuid-Amerika behoren Brazilië en Argentinië tot de grootste producenten van genetisch gemodificeerde gewassen ter wereld.
Volgens gegevens uit landbouwrapporten zijn deze landen belangrijke producenten van GMO-soja en GMO-maïs :
- Brazilië en Argentinië staan wereldwijd op de 2e en 3e plaats wat betreft oppervlakte met genetisch gemodificeerde gewassen (vooral soja en maïs).
- In Paraguay zijn transgene gewassen eveneens wijd verspreid, vooral soja en maïs.
Dit betekent dat een substantieel deel van de landbouwproductie in deze landen direct voortkomt uit genetische modificatie-technieken, vooral gericht op herbicide-tolerantie en pbrengstverbetering.
Generaties van genetische technieken worden gebruikt
Naast klassieke genetisch gemodificeerde organismen (transgene gewassen) zijn in sommige Mercosur-landen ook gene-editing technieken gereguleerd (zoals CRISPR-geselecteerde varianten), vooral in Argentinië, waar een kader bestaat om producten die géén permanente vreemde DNA-inbreng bevatten anders te behandelen dan klassieke GMO’s.
Eén GMO-tarwevariant (HB4) uit Argentinië kreeg commerciële goedkeuring import en verwerking in een beperkt aantal landen (zoals Brazilië voor gebruik in diervoeder en verwerking). Grote afzetmarkten — waaronder de Europese Unie — hebben HB4-tarwe niet goedgekeurd voor voedselgebruik. Exporteurs vrezen dat vermenging met conventionele tarwe kan leiden tot handelsblokkades of weigeringen.
EU-regels voor GMO’s verschillen sterk van Mercosur
De EU heeft een van de strengste wettelijke kaders wereldwijd voor GMO’s:
- GMO’s mogen alleen in de EU worden verhandeld als ze specifiek zijn goedgekeurd, gelabeld en traceerbaar.
- EU-wetgeving vereist informatie over oorsprong en bestanddelen, en producten met boven een bepaalde drempel aan GMO-materiaal moeten worden gelabeld.
Dit staat in contrast met veel Mercosur-landen, waar GMO’s veel ruimer worden toegepast en genetische manipulatie ook een integraal onderdeel is van de landbouwsector (bijv. Roundup-Ready soja).
Europa belooft gelijke normen, maar handhaaft niet
Een rapport, gepubliceerd door de Europese Rekenkamer, stipuleert dat van buiten de EU geïmporteerde olijfolie, niet of slechts sporadisch gecontroleerd wordt op de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen.
Negen procent van alle Europese olijfolie wordt gemaakt met importolijven, voornamelijk vanuit Tunesië (75%), en in mindere mate uit Turkije, Argentinië of Marokko. Volgens het rapport is er geen of weinig controle op deze producten, wat bestrijdingsmiddelen en andere verontreinigingen betreft.
Europa hanteert op papier zeer strenge controlemechanismen voor importvoeding, maar de lidstaten zijn zelf verantwoordelijk voor het opzetten van deze controles.
De mogelijke aanwezigheid van in de EU verboden bestrijdingsmiddelen in ingevoerde producten is een bijzonder gevoelig punt voor Europese landbouwers. In hun verzet tegen het vrijhandelsakkoord met de Latijns-Amerikaanse Mercosur-landen wijzen landbouworganisaties al langer op het gebrek aan gelijkwaardige controles op gewasbeschermingsmiddelen. Recente vaststellingen versterken nu hun wantrouwen in de effectiviteit van de Europese controlesystemen.
Ook traceerbaarheid is een probleem. De auditors stelden vast dat het moeilijk is om vooral verwerkte voedingsproducten over de grenzen heen te volgen. Dit geldt vooral voor producten uit meer dan één EU-land, of uit een combinatie van EU- en niet-EU-landen.
Waarom ook supermarkten alarm slaan
Dat is precies waarom zelfs supermarktfederatie Comeos zich achter de boeren schaart in het Mercosur-dossier. Hun standpunt is helder: handel is alleen aanvaardbaar als dezelfde productienormen gelden voor iedereen. Zonder gelijkwaardige normen ondergraaft vrijhandel niet alleen het inkomen van boeren, maar ook het vertrouwen van consumenten in de voedselketen.
Conclusie: kwestie van voedselveiligheid en consumentenbescherming
Mercosur draait niet alleen om geopolitiek of exportcijfers. Het raakt aan een fundamentele vraag: mag voedsel dat onder lagere gezondheids- en gebruiksnormen is geproduceerd vrij concurreren met Europees voedsel dat aan de strengste regels ter wereld moet voldoen?
In tegenstelling tot de EU kent niet elk Mercosur-land even strikte traceer- of labellingwetten voor GMO’s. Dit maakt de controle lastiger — vooral als producten worden verwerkt in complexe internationale ketens.
De kernen van het probleem: Onze gezondheid en oneerlijke concurrentie door een niet gelijk speelveld, een kwetsbaar controlesysteem.
De Mercosur-landen hebben wel regelgeving rond diergeneesmiddelen, GMO en bestrijdingsmiddelen maar:
- de toegelaten stoffen verschillen,
- het gebruik en toezicht zijn minder streng,
- en de handhaving is ongelijk verdeeld over regio’s en bedrijven.
- Import-export controles zijn steekproefsgewijs, dus niet volledig
- toezicht in exportlanden is niet homogeen
- bij hogere importvolumes daalt de controle-intensiteit per ton
EU-instanties zijn afhankelijk van documenten uit het land van oorsprong
Dat creëert twee risico’s tegelijk:
1. Volksgezondheid – residuen en resistente bacteriën kunnen via voedsel worden geïmporteerd.
2. Oneerlijke concurrentie – Europese boeren moeten werken met strengere regels en hogere kosten, terwijl importproducten met lagere standaarden goedkoper op de markt kunnen komen.
3. De EU beschikt over een juridisch sterk controlesysteem, maar het is risicogestuurd, niet waterdicht, deels gebaseerd op vertrouwen in derde landen en gevoelig voor schaalvergroting door vrijhandel.
De EU-waarschuwingssystemen, auditrapporten en wetenschappelijke data tonen aan dat antibiotica en andere veterinaire residuen in Zuid-Amerikaanse productieketens geen theorie zijn, maar een aantoonbaar risico. In zo’n context is een kritische houding tegenover het Mercosur-akkoord geen protectionisme, maar een kwestie van voedselveiligheid, consumentenbescherming en eerlijk beleid.
Bij deze een oproep aan consumenten en andere organisaties, met name Testaankoop, Gezinsbond, Bond Beter Leefmilieu, Natuurpunt, BEUC (Bureau Européen des Unions de Consommateurs), Foodwatch en vele anderen om samen met de landbouworganisaties 1 front te vormen. Dit is geen landbouwprotest alleen. Dit is een oproep aan consumentenorganisaties en burgers om mee te waken over voedselveiligheid, transparantie en gelijke normen.
Filip Boone